ECLI:NL:PHR:2007:AZ3531
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over nietigheid en verzuim bij exclusieve afnameovereenkomst tussen farmaceut en apotheker
In deze zaak staat centraal de afwikkeling van een exclusieve afnameovereenkomst tussen Brocacef B.V. en een apotheker, waarbij Brocacef geldleningen verstrekte en een overeenkomst tot levering van geneesmiddelen werd gesloten. De overeenkomst van 3 december 1994 werd door het hof als rechtsgeldig aangenomen, ondanks een beroep op nietigheid wegens strijd met art. 81 EG Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de overeenkomst niet nietig is en dat het exclusieve karakter onvoldoende is onderbouwd. Tevens wordt bevestigd dat verzuim van Brocacef zonder ingebrekestelling kan intreden, mede gelet op een brief van 3 februari 1995 waarin Brocacef aangeeft de overeenkomst niet na te zullen komen.
Verder wordt overwogen dat de schadevergoeding wegens gemist rendement terecht is beperkt tot de periode dat de overeenkomst daadwerkelijk heeft bestaan, omdat de apotheker de overeenkomst eenzijdig heeft beëindigd. Ook de toewijzing van buitengerechtelijke kosten wordt kritisch beoordeeld vanwege onvoldoende motivering.
Het incidentele beroep van de apotheker wordt verworpen, waarbij de Hoge Raad bevestigt dat de brief van 15 december 1994 de inhoud van de overeenkomst bepaalt en dat latere wijzigingen niet zijn aangenomen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het oordelen over verzuim en schadevergoeding betreft en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het oordeelt over verzuim en schadevergoeding en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.