ECLI:NL:PHR:2007:AZ2042
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over partner- en kinderalimentatie na echtscheiding
De vrouw en man zijn gehuwd in 1992 en hebben twee kinderen. Na hun echtscheiding verzocht de vrouw om kinderalimentatie en partneralimentatie. De rechtbank stelde kinderalimentatie vast maar wees partneralimentatie af wegens gebrek aan behoefte. De vrouw ging in hoger beroep en het hof verhoogde de kinderalimentatie maar bekrachtigde het oordeel dat zij geen aanvullende partneralimentatie behoeft naast de woonlasten.
De vrouw stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof dat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt behoefte te hebben aan partneralimentatie. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de vrouw onvoldoende stukken had overgelegd ter onderbouwing van haar behoefte. Nieuwe stukken die in cassatie werden ingebracht konden niet worden meegewogen omdat zij niet in de eerdere instanties waren ingebracht.
Het aanvullende cassatieverzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de termijn was ingediend zonder bijzondere omstandigheden. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat de vrouw geen recht heeft op aanvullende partneralimentatie naast de woonlasten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het oordeel van het hof dat zij geen aanvullende partneralimentatie behoeft wordt bekrachtigd.