ECLI:NL:PHR:2007:AZ0281
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte jagen met duivencarrousel als ongeoorloofd middel
De zaak betreft de vraag of het gebruik van een duivencarrousel, een mechanisch aangedreven draaiende constructie met imitatieduiven, als een geoorloofd jachtmiddel kan worden aangemerkt. Verdachte werd vrijgesproken door het hof omdat het gebruik van de duivencarrousel werd gezien als een methode van gebruik van een geoorloofd lokmiddel, namelijk een lokduif, en niet als een ongeoorloofd mechanisch lokinstrument.
De Flora- en faunawet en de Benelux-beschikking bepalen welke middelen bij de jacht zijn toegestaan. De wet noemt levende lokduiven als geoorloofd, maar sluit mechanische of elektronische lokinstrumenten uit. De duivencarrousel bestaat uit imitatievogels en wordt mechanisch aangedreven, waardoor onduidelijk is of het een lokinstrument is en daarmee verboden.
De Hoge Raad acht het noodzakelijk prejudiciële vragen te stellen aan het Benelux Gerechtshof over de uitleg van de Benelux-beschikking en de kwalificatie van de duivencarrousel. De zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde behandeling. De uitspraak benadrukt de noodzaak van rechtszekerheid en afstemming tussen nationale en Benelux-regelgeving.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vrijspraak en verwijst zaak terug voor hernieuwde behandeling met prejudiciële vragen aan Benelux Gerechtshof.