ECLI:NL:PHR:2007:AZ0129
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid school voor gymnastiekongeval van leerling met visuele handicap
Een dertienjarige leerling met een visuele handicap raakte tijdens een gymnastiekles op school gewond bij het maken van een zweefkoprol. De leraar moedigde de leerling aan met een belofte van een colaatje, wat volgens deskundigen onjuist was vanwege de specifieke situatie en handicap van de leerling.
De ouders van de leerling, als wettelijke vertegenwoordigers, spanden een schadevergoedingsactie aan tegen de school. Na afwijzing door de rechtbank stelden zij hoger beroep in, hoewel de leerling inmiddels meerderjarig was geworden. De school voerde niet-ontvankelijkheid aan van de ouders in hoger beroep, maar het hof verwierp dit beroep omdat de leerling zijn ouders volmacht had gegeven en het geding had overgenomen.
De deskundige stelde dat de leraar binnen de geschreven veiligheidsnormen handelde, maar onjuist was in het inzetten van externe motivatiemiddelen zoals het beloven van een colaatje. Het hof volgde dit oordeel en oordeelde dat de leraar onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte, waardoor de school aansprakelijk is. De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat het hoger beroep van de ouders ontvankelijk is door de volmachtverlening van de leerling.
De Hoge Raad benadrukt dat de rechter vrij is in de waardering van deskundigenrapporten en dat het hof voldoende gemotiveerd heeft waarom het oordeel van de deskundige werd gevolgd. Ook het causaal verband tussen het onzorgvuldig handelen en het letsel is volgens de Hoge Raad terecht aangenomen. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De school is aansprakelijk voor het letsel van de leerling en het hoger beroep van de ouders is ontvankelijk verklaard.