ECLI:NL:PHR:2007:AY9435
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardering en heffing van recht van overgang bij economische eigendomsoverdracht en legaat
De zaak betreft de fiscale behandeling van de verkrijging van onroerende zaken in Nederland door middel van economische eigendomsoverdracht voorafgaand aan overlijden, gevolgd door een legaat. De vraag was of bij de heffing van het recht van overgang rekening moet worden gehouden met de leveringsverplichting die rust op de juridische eigenaar jegens de economische eigenaar, en hoe de keuze tussen koopovereenkomst en legaat fiscaal uitwerkt.
De Hoge Raad bevestigt dat de leveringsverplichting tot levering van de juridische eigendom van onroerende zaken na overlijden een persoonlijke verplichting is die niet de waarde van het goed vermindert. Bij keuze voor het legaat vervalt het recht op levering uit de koopovereenkomst van rechtswege, waardoor de leveringsverplichting tenietgaat en niet in aftrek kan worden gebracht bij de heffing van het recht van overgang.
De Hoge Raad wijst de lege-hulstheorie af: ook als de economische eigendom al was overgedragen, blijft de juridische eigendom waardevol voor de heffing. De verkrijging krachtens legaat leidt tot successierecht over de waarde van het legaat zonder aftrek van de leveringsverplichting, maar de aan het legaat verbonden last (afstand van het leveringsrecht) is wel aftrekbaar. De keuze tussen koop en legaat is exclusief, waarbij de keuze voor het legaat het kooprecht doet vervallen.
De conclusie is dat de heffing van het recht van overgang in deze situatie recht doet aan de civielrechtelijke en fiscale verhoudingen, en dat de beperkingen in aftrek van lasten in de wetgeving niet in strijd zijn met het Europese recht. Het incidentele beroep van belanghebbende wordt verworpen wegens gebrek aan bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de leveringsverplichting niet in aftrek kan worden gebracht bij keuze voor het legaat, waardoor recht van overgang over de waarde van het legaat verschuldigd is.