ECLI:NL:PHR:2007:AX6369
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over tariefindeling en navordering douanerechten op gedroogde rijstpapierproducten
Belanghebbende, importeur van levensmiddelen, had rijstpapierproducten ingedeeld onder tariefpost 1901 90 99, maar de douane classificeerde deze later onder post 1905 90 20. Dit leidde tot navorderingen van douanerechten. De Douanekamer verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond omdat zij de vergissing redelijkerwijs niet kon ontdekken, mede vanwege inconsistenties in de Nederlandse taalversie van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN).
De staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel, terwijl belanghebbende incidenteel beroep instelde tegen de indeling zelf. De Hoge Raad analyseert de verschillen tussen taalversies van post 1905, de betekenis van de indelingsverordening van de Commissie en de GS-toelichting van de Wereld Douaneorganisatie. Er is onduidelijkheid of gedroogde, niet gebakken producten onder post 1905 vallen.
De Hoge Raad benadrukt dat de nationale rechter terughoudend moet zijn bij het vormen van een eigen oordeel over communautaire bepalingen en stelt voor het geding te schorsen en prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen voor te leggen. Dit betreft zowel de uitleg van de GN-post als de verenigbaarheid van de indelingsverordening met het GN en de toepassing van artikel 220 lid 2 sub b CDW Pro bij navordering.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt schorsing van het geding en het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de tariefindeling en toepassing van het douanewetboek.