ECLI:NL:PHR:2007:AW2214
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over verhuur van volledig gemeubileerde appartementen aan tijdelijk buitenlandse werknemers
Belanghebbende verhuurt volledig gemeubileerde appartementen aan bedrijven voor de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers die hun werkelijke woonplaats elders behouden. De vraag was of deze verhuur belast of vrijgesteld is van omzetbelasting op grond van artikel 11, lid 1, onderdeel b, 2°, van de Wet op de omzetbelasting 1968 en artikel 13, B, sub b, punt 1, van de Zesde richtlijn.
Het Hof oordeelde dat de verhuur belast is omdat deze vergelijkbaar is met het verstrekken van accommodatie in het hotelbedrijf of soortgelijke sectoren, mede vanwege de tijdelijke aard van het verblijf (circa vijf maanden) en de concurrentie met hotels en pensions. De aanwezigheid van bijkomende diensten zoals schoonmaak is niet noodzakelijk voor het toepassingsbereik van de uitzondering op de vrijstelling.
De Staatssecretaris stelde dat het Hof het arrest Blasi verkeerd had geïnterpreteerd en dat de Nederlandse wetgever binnen de beoordelingsmarge moest blijven. De Hoge Raad bevestigt echter dat de Nederlandse wetgeving te beperkt is door alleen kort verblijf bij hotels te belasten en niet alle sectoren met een soortgelijke functie. De Hoge Raad concludeert dat de verhuur van belanghebbende belast is met omzetbelasting en verklaart het beroep van de Staatssecretaris ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep van de Staatssecretaris ongegrond en bevestigt dat de verhuur van de appartementen belast is met omzetbelasting.