ECLI:NL:PHR:2007:AU6910
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid en reikwijdte van het Fooienbesluit 1989 in de horecasector
Belanghebbende exploiteert een horecabedrijf en werd geconfronteerd met correcties en boetes wegens onjuiste loonadministratie en toepassing van het Fooienbesluit 1989. De looncontrole wees op ontbrekende werkbriefjes, onvolledige loonbelastingverklaringen en het niet betrekken van verstrekte maaltijden bij premies werknemersverzekeringen. Na bezwaar en beroep werd het standpunt van belanghebbende grotendeels verworpen door rechtbank, Centrale Raad van Beroep (CRvB) en uiteindelijk de Hoge Raad.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de personele en materiële werkingssfeer van het Fooienbesluit 1989, waarbij wordt bevestigd dat de waarderingsregel alleen geldt voor bedienend personeel zoals gedefinieerd in de Horeca-CAO en niet voor keukenpersoneel zoals koks en afwassers. Tevens is niet vereist dat de Horeca-CAO algemeen verbindend verklaard is om de waarderingsregel toe te passen; het gaat om werknemers die onder de CAO-omschrijving vallen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het minimumloon van de Horeca-CAO als uitgangspunt dient voor de waardering van fooien, ongeacht andere CAO's zoals die van het Nederlandse Horecagilde. Ook dient bij de berekening rekening gehouden te worden met loon in natura (zoals verstrekte maaltijden) en met brutering van nettolonen tegen het anoniementarief. De zaak wordt verwezen naar de CRvB voor nader feitelijk onderzoek naar fooien die uitsluitend door bedienend personeel zijn genoten en naar de juiste toepassing van de waarderingsregel.
De Hoge Raad wijst klachten van belanghebbende af die zien op de toepassing van het anoniementarief, de indeling van hulpkrachten, en de toepassing van de vierwekentabel. De uitspraak bevestigt de geldende interpretatie van het Fooienbesluit 1989 en de toepassing daarvan in de loon- en premieheffing in de horecasector.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toepassing van het Fooienbesluit 1989 op bedienend personeel en verwijst de zaak voor nader feitelijk onderzoek terug naar de Centrale Raad van Beroep.