ECLI:NL:PHR:2006:AZ0421
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperkte toepassing van bijzondere verjaringstermijn bij bodemverontreiniging en overheidsaansprakelijkheid
Deze zaak betreft een geschil tussen Wolkat Beheer B.V. en de gemeente Tilburg over de aansprakelijkheid voor saneringskosten van een bedrijfsterrein dat de gemeente in 1978 aan Wolkat's rechtsvoorganger heeft geleverd. Wolkat stelde dat de gemeente aansprakelijk was omdat zij het perceel in het verkeer bracht terwijl zij wist of behoorde te weten dat er ernstige bodemverontreiniging aanwezig was.
De gemeente voerde verjaring aan op grond van artikel 3:310 BW Pro. De rechtbank en het hof oordeelden dat de gewone verjaringstermijn van twintig jaar van toepassing was, omdat de gemeente niet zelf de bodemverontreiniging had veroorzaakt. Wolkat stelde dat de bijzondere 30-jarige termijn van artikel 3:310 lid 2 BW Pro van toepassing was, maar dit werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de bijzondere verlengingstermijn van dertig jaar alleen geldt indien de aansprakelijke persoon zelf de milieuschade heeft veroorzaakt of daarvoor risicoaansprakelijkheid draagt. Omdat de gemeente in dit geval slechts een verontreinigd perceel leverde zonder zelf de verontreiniging te hebben veroorzaakt, was de gewone termijn van twintig jaar van toepassing. De vordering van Wolkat was daardoor verjaard en niet ontvankelijk.
De uitspraak benadrukt een restrictieve uitleg van artikel 3:310 lid 2 BW Pro, waarbij de wetsgeschiedenis, de ratio van de bepaling en eerdere jurisprudentie worden betrokken. Dit arrest heeft belangrijke gevolgen voor de aansprakelijkheid van overheden bij bodemverontreiniging en de toepasselijkheid van verjaringstermijnen.
Uitkomst: De vordering van Wolkat is verjaard omdat de gemeente niet zelf de bodemverontreiniging heeft veroorzaakt en de gewone 20-jarige verjaringstermijn geldt.