ECLI:NL:PHR:2006:AY9635
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens overschrijding beroepstermijn bij valsheid in geschrift
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens valsheid in geschrift. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld, maar de Hoge Raad stelt vast dat het cassatieberoep niet tijdig is ingediend. Dit volgt uit het gratieverzoek van de verdachte uit januari 2001, waaruit blijkt dat zij op dat moment al op de hoogte was van het arrest.
Hoewel de verdachte onjuiste ambtelijke informatie ontving dat het arrest nog niet onherroepelijk was, kwam deze informatie pas na het verstrijken van de beroepstermijn. Hierdoor kan deze onjuiste informatie niet leiden tot ontvankelijkheid van het beroep. De dagvaardingen in eerste aanleg en hoger beroep zijn rechtsgeldig betekend, en het hof mocht aannemen dat de verdachte afstand had gedaan van haar recht om in persoon te worden berecht.
Verder is niet gebleken dat de verdachte in hoger beroep was bijgestaan door een raadsman, zodat het hof niet gehouden was te onderzoeken of art. 51 Sv Pro was nageleefd. De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk en verwerpt het middel met een verkorte motivering.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.