ECLI:NL:PHR:2006:AY9219
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid moedermaatschappij voor onrechtmatige benadeling faillissementsboedel door feitelijk bestuurder
In deze zaak staat centraal de aansprakelijkheid van een moedermaatschappij binnen een groep vennootschappen voor onrechtmatige handelingen van haar feitelijk bestuurder, die tevens extern adviseur was. Deze bestuurder heeft baten onttrokken aan de faillissementsboedel door managementwerkzaamheden via een Belgische vennootschap te factureren, zonder dat de boedel hiervan profiteerde.
De Hoge Raad bevestigt dat de handelwijze van de feitelijk bestuurder, gericht op het onttrekken van baten aan de boedel, als onrechtmatige daad kwalificeert. Cruciaal is dat de kennis en wetenschap van deze bestuurder aan de moedermaatschappij worden toegerekend, omdat hij als manus ministra handelde en zijn gedragingen in het maatschappelijk verkeer als die van de rechtspersoon gelden.
De stellingen dat de kennis persoonlijk was of dat de moedermaatschappij niet op de hoogte was van het faillissement worden verworpen. Ook het argument dat de curator eerst BBA had moeten aanspreken, wordt afgewezen. De Hoge Raad oordeelt dat de moedermaatschappij mede aansprakelijk is voor de schade door de onrechtmatige daad, mede gelet op de nauwe betrokkenheid bij de constructie en het ontbreken van legitieme redenen voor de gekozen betalingswijze.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid moedermaatschappij voor onrechtmatige benadeling faillissementsboedel door feitelijk bestuurder.