ECLI:NL:PHR:2006:AY8290
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag van bestuurders stichting wegens wanbeheer en ontvankelijkheid verzoek ex art. 2:298 BW
De zaak betreft een geschil tussen drie bestuurders van Stichting IHD over het ontslag van twee bestuurders op grond van wanbeheer. Verweerder 1, voormalig bestuurder, verzocht de rechtbank om ontslag van verzoekers als bestuurders wegens wanbeheer, waaronder het doen van betalingen aan vennootschappen waarin een van de bestuurders een belang had zonder dat het doel van de Stichting werd gediend.
De rechtbank stelde vast dat verzoekers zonder rechtsgeldige besluiten de Stichting contractueel hadden verbonden aan licentieovereenkomsten en aanzienlijke voorschotbetalingen hadden gedaan zonder dat daar voldoende werkzaamheden tegenover stonden. Dit werd aangemerkt als wanbeheer, waarna verzoekers werden ontslagen en een derde bestuurder werd benoemd.
In hoger beroep werd dit oordeel bekrachtigd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Verzoekers stelden onder meer dat verweerder 1 geen belanghebbende was omdat hij geen bestuurder meer was en dat de ontslagbeslissing niet uitvoerbaar bij voorraad kon worden verklaard. De Hoge Raad oordeelde dat een voormalig bestuurder die nauw betrokken is bij het bestuur en het wanbeheer een belanghebbende is ex art. 2:298 BW Pro en dat de ontslagbeschikking uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard. Het cassatieverzoek werd verworpen.
De uitspraak bevestigt de reikwijdte van het begrip belanghebbende bij ontslagverzoeken en de mogelijkheid tot onmiddellijke uitvoering van ontslagbeslissingen bij wanbeheer in stichtingen.
Uitkomst: Het cassatieverzoek wordt verworpen en het ontslag van de bestuurders wordt bevestigd.