ECLI:NL:PHR:2006:AX9216
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel hof over cultuurverweer en strafmotivering in medeplegen valsheid in geschrift
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van valsheid in geschrift en poging tot oplichting. In cassatie werd aangevoerd dat het hof niet had gereageerd op het cultuurverweer van de verdachte, die stelde onder druk van haar ex-man te hebben gehandeld binnen de cultuur van woonwagenbewoners.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het cultuurverweer niet als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359, tweede lid, Sv hoefde te beschouwen. De verdediging had onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd ter onderbouwing, zoals de zorg voor een zwaar gehandicapte zoon, die niet nader was toegelicht.
Verder werd het beroep op psychische overmacht niet als zodanig door de verdediging gesteld, zodat het hof dit terecht niet heeft aanvaard. De Hoge Raad vindt geen onjuistheid of onbegrijpelijkheid in het oordeel van het hof en verwerpt het cassatiemiddel. De strafmotivering en de strafoplegging worden daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de straf van negen maanden gevangenisstraf voor medeplegen van valsheid in geschrift.