ECLI:NL:PHR:2006:AX9183
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep bij termijnoverschrijding wegens psychiatrische stoornis
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarbij hij bij verstek was veroordeeld voor poging tot zware mishandeling. Het cassatieberoep werd echter tardief ingediend, dat wil zeggen na het verstrijken van de wettelijke termijn.
De verdediging voerde aan dat de termijnoverschrijding verontschuldigbaar was vanwege de psychiatrische toestand van de verdachte, die mogelijk leed aan schizofrenie. Daarnaast werd aangevoerd dat de griffier van het hof naliet de advocaat van verdachte te informeren over de zittingsdatum in hoger beroep.
De Hoge Raad overweegt dat voor een verontschuldiging van een termijnoverschrijding concrete en onderbouwde feiten in het dossier moeten zijn opgenomen. Omdat de schriftuur geen nadere onderbouwing of relevante stukken bevatte, en de Hoge Raad zelf geen onderzoek kan doen, kon niet worden vastgesteld dat de overschrijding de verdachte niet kon worden toegerekend.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De Procureur-Generaal stelde zich gereed om, indien nodig, alsnog inhoudelijk op de middelen in te gaan, maar dat was niet aan de orde.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder voldoende onderbouwing van de verontschuldiging.