ECLI:NL:PHR:2006:AX6409

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01494/05
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 lid 1 Algemene Politieverordening voor 's-Gravenhage 1982Art. 395a Sv (oud)Art. 395 lid 2 Sv (oud)Art. 359 lid 2 onder c SvArt. 80 lid 2 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste aantekening vonnis kantonrechter

De kantonrechter van de Rechtbank te 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld wegens overtreding van een politieverordening tot een geldboete van €35,=, subsidiair één dag hechtenis. Tegen dit vonnis is binnen de wettelijke termijn beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad stelt vast dat het vonnis niet op de voorgeschreven wijze is aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting. De kantonrechter had niet mogen volstaan met een aantekening ex art. 395a Sv, het zogenaamde stempelvonnis, maar diende het vonnis volledig en inhoudelijk te vermelden volgens de Ministeriële regeling van 2 oktober 1996.

Door dit verzuim kan niet worden vastgesteld of de in art. 80 lid 2 RO Pro bedoelde vormvereisten zijn nageleefd. Dit leidt tot vernietiging van het bestreden vonnis en terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, voor een nieuwe berechting en beslissing.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is derhalve dat het vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen, zodat de formele waarborgen van het proces worden gewaarborgd.

Uitkomst: Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.

Conclusie

Nr. 01494/05
Mr. Vellinga
Zitting: 30 mei 2006
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage wegens overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 19 lid 1 van Pro de Algemene Politieverordening voor 's-Gravenhage 1982" veroordeeld tot een geldboete van € 35,=, subsidiair 1 dag hechtenis.
2. Namens verdachte heeft mr. M. van Solingen, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel bevat de klacht dat het vonnis van de Kantonrechter niet is aangetekend op de wijze als door de Minister van Justitie bepaald.
4. Ingevolge het bepaalde in art. 359 lid 2 onder Pro c Sv wordt het vonnis van de Kantonrechter in het proces-verbaal van de terechtzitting aangetekend op de wijze door de Minister van Justitie te bepalen indien binnen drie maanden een gewoon rechtsmiddel tegen een op tegenspraak gewezen vonnis is aangewend. In dit geval is beroep in cassatie ingesteld op 1 juli 2004, terwijl het bestreden vonnis is gewezen op 24 juni 2004. Overeenkomstig het voorschrift van art. 395a lid 1 Sv is van de behandeling ter terechtzitting proces-verbaal opgemaakt. Blijkens dat proces-verbaal heeft de Kantonrechter uitspraak gedaan "conform aangehechte kopie van de aantekening mondeling vonnis". In het dossier bevindt zich deze aantekening mondeling vonnis. Daaruit blijkt van het feit dat het vonnis op tegenspraak is gewezen, van de kwalifcatie van het strafbare feit, de pleegdatum en de opgelegde straf.(1)
5. De wijze waarop het vonnis in het proces-verbaal van de zitting moet worden aangetekend is bepaald in de Ministeriële regeling van 2 oktober 1996.(2) Het tweede lid van die regeling schrijft voor dat het mondeling vonnis als bedoeld in art. 395 lid 2 Sv Pro - kort gezegd en voor zover hier van belang - de volgende gegevens moet bevatten:
a. de inhoud van de tenlastelegging;
b. de bewijsmiddelen;
c. de bewezenverklaring;
d. de kwalificatie;
e. de toegepaste wettelijke voorschriften;
f. de beslissing omtrent de strafbaarheid van de verdachte en het feit;
g. (...)
h. de opgelegde straf of maatregel en in voorkomende gevallen de strafmotivering naar de eisen genoemd in art. 359 lid Pro 4, 6, 7 en 8 Sv.
6. Uit het bovenstaande volgt dat het vonnis niet op de voorgeschreven wijze is aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of de in art. 80 lid 2 RO Pro bedoelde vormen zijn nageleefd. Dit dient te leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak.(3)
7. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak vernietigt en de zaak terugwijst naar de Rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie art. 395a lid 2 onder 1° - 3° Sv. Navraag bij de griffie van het Kantongerecht heeft overigens uitgewezen dat alle beschikbare gedingstukken aan de Hoge Raad zijn toegezonden.
2 Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in hoger beroep (2 oktober 1996, Stcrt. 1996, 197).
3 Vgl. HR 3 januari 2006, 01040/05 (overeenkomstig het middel geconcentreerd op het ontbreken van de weerlegging van verweren), HR 22 feburari 2000, nr. 111.936, HR 1 februari 1985, NJ 1986, 4040, HR 20 maart 1984, NJ 1984, 550, HR 27 maart 1979, NJ 1979, 386.