ECLI:NL:PHR:2006:AX2057
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt juiste waardebepaling forensenbelasting recreatiewoning
Belanghebbende kreeg in 2003 een aanslag forensenbelasting opgelegd door de gemeente Apeldoorn voor een recreatiewoning die hij meer dan 90 dagen beschikbaar hield, met een heffingsgrondslag vastgesteld tussen €135.000 en €225.000. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag, dat werd afgewezen. Vervolgens stelde hij beroep in bij het Hof Arnhem, dat het beroep gegrond verklaarde en oordeelde dat de heffingsgrondslag €51.000 bedraagt, de WOZ-waarde van de onroerende zaak.
Het geschil in cassatie betrof de juiste uitleg van de gemeentelijke Verordening forensenbelasting 2003, met name of de heffingsgrondslag de WOZ-waarde van de onroerende zaak moet zijn of een andere waarde. De gemeente stelde dat geen WOZ-waarde was vastgesteld voor het belastingobject en dat daarom een andere waardebepaling moest gelden.
De Hoge Raad overwoog dat de recreatiewoning een onroerende zaak is en deel uitmaakt van het object dat in de WOZ-beschikking is gewaardeerd. De heffingsgrondslag moet daarom worden vastgesteld op basis van die WOZ-waarde. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de uitspraak van het Hof. De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het college van B en W Apeldoorn wordt ongegrond verklaard en de heffingsgrondslag voor de forensenbelasting is de WOZ-waarde van de onroerende zaak.