ECLI:NL:PHR:2006:AX2049
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt juiste heffingsmaatstaf forensenbelasting bij onroerende recreatiewoning
Belanghebbende, eigenaar van een recreatiewoning in Apeldoorn, werd aangeslagen voor forensenbelasting 2003 op basis van een heffingsmaatstaf tussen €135.000 en €225.000. De gemeente had abusievelijk alleen de grondwaarde van €40.000 als heffingsmaatstaf gebruikt. Het Hof oordeelde dat de lagere waarde van €40.000 als maatstaf geldt, omdat de woning en grond één onroerende zaak vormen.
De gemeente ging in cassatie tegen dit oordeel en stelde dat geen WOZ-waarde was vastgesteld voor het belastingobject en dat daarom de waarde uit de verordening moest gelden. De Hoge Raad bevestigde dat de woning onroerend is en deel uitmaakt van het object waarvoor de WOZ-waarde is vastgesteld, zodat deze waarde als heffingsmaatstaf geldt.
De Hoge Raad benadrukte dat de verordening en de Wet WOZ samen bepalen dat de heffingsmaatstaf voor de forensenbelasting de WOZ-waarde van het gehele onroerend goed is. De uitspraak betekent dat gemeenten niet een lagere waarde kunnen hanteren door de opstal buiten beschouwing te laten. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de heffingsmaatstaf voor de forensenbelasting is de WOZ-waarde van het gehele onroerend goed.