ECLI:NL:PHR:2006:AX2046
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt juiste heffingsmaatstaf forensenbelasting bij gemeubileerde recreatiewoning
Belanghebbende kreeg een aanslag forensenbelasting opgelegd door de gemeente Apeldoorn voor een gemeubileerde recreatiewoning die hij op meer dan 90 dagen beschikbaar hield. De aanslag was vastgesteld op basis van een waarde tussen €135.000 en €225.000, terwijl de WOZ-waarde voor de onroerende zaak was vastgesteld op €41.747. Belanghebbende maakte bezwaar en het hof stelde hem in het gelijk, omdat de heffingsmaatstaf volgens het hof de WOZ-waarde van het gehele onroerend goed moet zijn.
De gemeente ging tegen dit oordeel in cassatie en stelde dat er geen WOZ-waarde was vastgesteld voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, zodat de waarde uit de verordening moest gelden. De Hoge Raad bevestigde echter dat de woning en de grond samen één onroerende zaak vormen en dat de WOZ-waarde van het gehele object als heffingsmaatstaf geldt.
De Hoge Raad benadrukte dat de gemeentelijke verordening de heffingsmaatstaf overneemt zoals die voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld en dat de gemeente bij onjuistheden in de WOZ-waarde andere wettelijke wegen moet bewandelen voor herziening. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente werd ongegrond verklaard en de heffingsmaatstaf voor de forensenbelasting moet gebaseerd zijn op de WOZ-waarde van het gehele onroerend goed.