ECLI:NL:PHR:2006:AW3584
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens valsheid in geschrift, gebruik valse geschriften en ambtelijke omkoping bij provincie Gelderland
De zaak betreft een strafrechtelijke procedure tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van valsheid in geschrift, opzettelijk gebruik van valse geschriften en het doen van giften of beloften aan een ambtenaar met het oogmerk deze te bewegen in strijd met zijn ambtsplicht te handelen.
De kern van de zaak draait om een op 23 juni 2000 gedateerde overeenkomst tussen de provincie Gelderland en [A] B.V., die valselijk zou zijn opgemaakt en voorzien van een vervalste handtekening van de Commissaris van de Koningin. Daarnaast werd verdachte verweten gebruik te hebben gemaakt van valse borgstellingsdocumenten en het doen van giften aan een ambtenaar van de provincie Gelderland om diens ambtsplicht te beïnvloeden.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen, proces-verbalen van de Rijksrecherche, schriftelijke stukken en verklaringen van verdachte zelf. Het hof verwierp de verweren van verdachte, waaronder onbetrouwbaarheid van getuigenverklaringen en schending van het gelijkheidsbeginsel.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, las een misslag in de bewezenverklaring verbeterd en oordeelde dat de aard en ernst van het bewezenverklaarde daardoor niet werden aangetast. Het hof veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, een taakstraf van 240 uur, en een geldboete van €5.000,-.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, een taakstraf van 240 uur en een geldboete van €5.000,- wegens valsheid in geschrift, gebruik van valse geschriften en ambtelijke omkoping.