ECLI:NL:PHR:2006:AV7190
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontnemingsmaatregel bij gewoonteheling ondanks lopende vervolging soortgelijke feiten
In deze ontnemingszaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch vastgesteld dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit gewoonteheling van auto's. Hoewel soortgelijke feiten nog onderwerp waren van een afzonderlijke strafrechtelijke vervolging, oordeelde het hof dat dit niet in de weg staat aan de ontnemingsvordering. De verdachte voerde aan dat sprake was van schending van het ne bis in idem-beginsel, omdat hij voor dezelfde feiten reeds onherroepelijk was veroordeeld. Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie echter niet-ontvankelijk in de strafvervolging, waarmee het ne bis in idem-beginsel werd toegepast.
De Hoge Raad bevestigt dat artikel 36e Sr het mogelijk maakt om ontnemingsmaatregelen te treffen ook voor feiten die nog niet onherroepelijk zijn beslist en dat soortgelijke feiten kunnen worden betrokken bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Tevens corrigeert de Hoge Raad een fout in de berekening van het voordeelbedrag, waarbij een bedrag van € 226,- ten onrechte niet was verrekend, waardoor het totale voordeel werd aangepast van € 110.582,- naar € 110.356,-.
De zaak illustreert de juridische nuance dat ontnemingsvorderingen en strafvervolgingen parallel kunnen lopen en dat het ne bis in idem-beginsel niet automatisch de ontneming van voordeel uit soortgelijke feiten uitsluit. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het arrest van het hof met de genoemde correctie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontnemingsmaatregel en corrigeert het voordeelbedrag naar € 110.356,-.