ECLI:NL:PHR:2006:AV6214
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsmiddel bij verstekveroordeling wegens overtreding APV
In deze zaak werd verdachte op 17 september 2004 bij verstek veroordeeld door de Kantonrechter Rotterdam tot een geldboete van €40 wegens overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Verdachte stelde op 11 januari 2005 hoger beroep in tegen dit vonnis. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage interpreteerde dit echter als een cassatieberoep en zond de stukken door aan de Hoge Raad.
De Hoge Raad stelt vast dat op grond van artikel 404 lid 2 sub b Sv Pro tegen een vonnis waarbij een geldboete van maximaal €50 is opgelegd geen hoger beroep openstaat, maar wel verzet volgens artikel 399 Sv Pro. Het hof had het ingestelde rechtsmiddel dus als verzet moeten aanmerken en de stukken naar de griffier van de rechtbank moeten zenden voor berechting.
Indien in de verzetprocedure dezelfde geldboete wordt opgelegd, staat cassatie open. De Hoge Raad besluit daarom het ingestelde hoger beroep als verzet te verstaan en de stukken aan de griffier van de rechtbank toe te zenden, zodat de rechtbank de zaak op het bestaande verzet kan berechten en afdoen.
Uitkomst: Het ingestelde hoger beroep wordt als verzet aangemerkt en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor berechting.