1 Hof Amsterdam, 10 december 2004, nr. 02/02896. De hofuitspraak is gepubliceerd in NTFR 2005/109 met aantekening Kors, en als lopende cassatieprocedure vermeld in VN 2005/15.1.3.
2 Aan de echtgenoot van belanghebbende is een navorderingsaanslag opgelegd voor het jaar 1996. De echtgenoot heeft tegen deze aanslag, na een afwijzende uitspraak op bezwaar, beroep ingesteld (nr. 03/01280). Het Hof heeft de zaken gezamenlijk op een zitting behandeld. De echtgenoot van belanghebbende heeft ook beroep in cassatie ingesteld. In die zaak, met nr. 41897, concludeer ik eveneens vandaag.
3 Voor een uitsplitsing van de kosten (gemaakt door de Inspecteur), zie (bijlage 1 bij) bijlage 10 bij het verweerschrift voor het Hof.
4 Zie bijvoorbeeld HR 5 november 1986, nr. 24075, BNB 1987/19, met noot Scheltens en HR 27 april 1955, nr. 12296, BNB 1955/214, met noot Smeets.
5 Zie bijvoorbeeld HR 7 oktober 1953, nr. 11500, BNB 1953/274 en het in de vorige noot genoemde arrest HR 27 april 1955, nr. 12296, BNB 1955/214, met noot Smeets.
6 Zie bijvoorbeeld HR 20 juni 1951, B. 9056 en HR 7 oktober 1953, nr. 11383, BNB 1953/272, met noot Smeets.
7 Zie de Fiscale Encyclopedie de Vakstudie, onderdeel Wet op de inkomstenbelasting 1964, artikelsgewijs commentaar op artikel 7, aantekening 14A (versie 2005.10).
8 Zie HR 23 juni 1954, nr. 11860, BNB 1954/283, met noot Hellema en bijvoorbeeld recentelijk HR 14 maart 2001, nr. 36108, BNB 2001/201, met noot Zwemmer.
9 Zie de Fiscale Encyclopedie de Vakstudie, onderdeel Wet op de inkomstenbelasting 1964, artikelsgewijs commentaar op artikel 7, aantekening 14 (versie 2005.10).
10 Schendstok gebruikt de term "gesplitst gebruik". Zie B. Schendstok, Fiscale winstbegrippen in Nederland, N.V. Uitgevers-maatschappij Æ.E. Kluwer, Deventer-Antwerpen, 1959, blz. 110.
11 Ik verwijs hierbij ook naar de beschouwing in mijn conclusie in de zaak van de echtgenoot van belanghebbende (nr. 41897), onder 4.19 tot en met 4.30.
12 Wellicht had het geholpen als de Inspecteur op de zitting was verschenen.
13 De Inspecteur merkt op blz. 2 van bijlage 24 bij het verweerschrift voor het Hof op: "wat betreft X-Y is (...) geen sprake van een investering in een (afschrijfbaar) bedrijfsmiddel waarop investeringsaftrek kan worden verleend en er is eveneens geen sprake van te activeren c.q. afschrijfbare kosten".
14 Zo merkt de echtgenoot van belanghebbende op in een brief aan de Inspecteur (zie bijlage 4d, blz. 3, bij het verweerschrift voor het Hof in de zaak met nr. 41987): "Ik wil hierbij nogmaals benadrukken dat de verbouwing uitsluitend een zakelijke grondslag kende en dat de kosten die zijn gemaakt ten behoeve van het woongedeelte uitsluitend het gevolg zijn van de verbouwing van de praktijkruimten."
15 Beide partijen gingen er dus van uit dat de verbouwing als één geheel beschouwd diende te worden, zo ook het Hof.
16 Het Hof heeft dit oordeel mede gebaseerd op een opmerking van de echtgenoot van belanghebbende op de zitting voor het Hof, onder "4. Standpunten van partijen" weergegeven als: "We hebben een zoon en een dochter. Het is altijd schipperen met de ruimten in ons pand."
17 HR 24 maart 1976, nr. 17810, BNB 1976/111, na conclusie A-G Van Soest; zie ook de conclusie van A-G Van Soest voor HR 10 december 1975, nr. 17725, BNB 1976/99, met noot Verburg.
18 HR 20 mei 1981, nr. 20374, BNB 1981/189, na conclusie A-G Van Soest. De zaak is verwezen naar Hof 's-Gravenhage. De uitspraak van het verwijzingshof (Hof 's-Gravenhage, 9 juni 1983, nr. 15/83) is gepubliceerd in BNB 1985/39.
19 HR 21 mei 1980, nr. 19547, BNB 1980/217, met noot Hofstra.
20 Het betrof hier een pand dat door belanghebbende geheel als privé-vermogen werd beschouwd.
21 Hof 's-Gravenhage, 11 juni 1981, nr. 1/81, BNB 1982/224.
22 HR 20 mei 1981, nr. 20374, BNB 1981/189, na conclusie A-G Van Soest.
23 HR 24 maart 1976, nr. 17810, BNB 1976/111, na conclusie A-G Van Soest.
24 HR 21 mei 1980, nr. 19547, BNB 1980/217, met noot Hofstra.
25 HR 31 oktober 1984, nr. 22663, BNB 1985/60, met noot Hoogendoorn.
26 HR 20 september 1989, nr. 25569, BNB 1990/31, met noot Slot.
27 Dit artikel verving in 1990 artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringsbeschikking inkomstenbelasting 1964.
28 HR 1 juni 1977, nr. 18129, BNB 1978/223, na conclusie A-G Van Soest.
29 Zie ook het hiervoor aangehaalde HR 21 mei 1980, nr. 19547, BNB 1980/217, met noot Hofstra..
30 HR 31 oktober 1984, nr. 22663, BNB 1985/60, met noot Hoogendoorn.