ECLI:NL:PHR:2006:AU7739
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting voor Dienst Kadaster en Openbare Registers niet uitgesloten
De Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers (belanghebbende) heeft bezwaar gemaakt tegen naheffingsaanslagen overdrachtsbelasting, stellende dat zij vrijgesteld is als openbaar lichaam in de zin van artikel 134 Grondwet Pro en artikel 15 lid 1 sub c Wet Pro belastingen van rechtsverkeer (WBR).
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de Dienst als openbaar lichaam kan worden aangemerkt en daarmee aanspraak maakt op de vrijstelling. Het gerechtshof oordeelde dat de Dienst geen openbaar lichaam is, onder meer omdat het een 'dienst' is en niet een openbaar lichaam met verordenende bevoegdheid en democratische controle. De Dienst stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad analyseert uitgebreid het begrip 'openbaar lichaam' in wet, wetsgeschiedenis, rechtspraak en literatuur, waarbij wordt vastgesteld dat het begrip niet eenduidig is omschreven. Wel wordt erkend dat de Dienst een publiekrechtelijke rechtspersoon is die publieke taken vervult en verzelfstandigd is van de Staat. De Hoge Raad concludeert dat de vrijstelling van overdrachtsbelasting ook voor de Dienst geldt omdat zij als publiekrechtelijk lichaam moet worden beschouwd, ondanks het ontbreken van expliciete verordenende bevoegdheid of democratische bestuursinvloed.
De formele klacht over ontvankelijkheid wordt verworpen, aangezien de Dienst terecht bezwaar kon maken tegen de naheffingsaanslag. De materiële klacht wordt gegrond verklaard en het beroep in cassatie wordt toegewezen, waarmee de uitspraak van het hof wordt vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond en oordeelt dat de Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers als openbaar lichaam vrijstelling van overdrachtsbelasting geniet.