ECLI:NL:PHR:2006:AU7139
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afzien van getuigenverhoor en strafmaat poging tot moord
In deze zaak heeft het gerechtshof te Leeuwarden een verdachte veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord. De verdediging had verzocht om het horen van twee getuigen, waarvan één mogelijk in het buitenland verbleef en de ander ingeschreven stond bij een asielzoekerscentrum maar niet was verschenen.
Het hof besloot af te zien van het verhoor van deze getuigen omdat het niet te verwachten was dat zij binnen een redelijke termijn konden worden gehoord. Dit oordeel was gebaseerd op de omstandigheden rondom de oproeping, waaronder het ontbreken van contact en het feit dat de getuigen niet waren op komen dagen. De verdediging stelde dat het hof onterecht van het verhoor was afgezien, onder meer omdat asielzoekers zich wekelijks moeten melden en de betrokkene nog ingeschreven stond.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn beslissing voldoende heeft gemotiveerd en dat het niet verplicht was nader onderzoek te doen naar de mogelijkheid van rechtshulp tussen Nederland en Iran. Ook is het oordeel over de strafmaat begrijpelijk, waarbij het hof rekening hield met de ernst van het feit en het ontbreken van inzicht in de beweegredenen van de verdachte. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord en oordeelt dat het gerechtshof terecht heeft afgezien van het horen van twee getuigen.