ECLI:NL:PHR:2005:AU6372
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in ontnemingszaak wegens niet voldoen aan cassatie-eisen
In deze ontnemingszaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 22 april 2004 vastgesteld dat de verdachte een wederrechtelijk voordeel van € 2.712,24 heeft behaald en hem verplicht tot betaling van € 2.441,02 aan de Staat. De verdachte stelde een cassatieberoep in, maar dit beroep werd niet tijdig ingediend volgens de griffie van het hof. Wel werd een faxbericht ontvangen dat door de griffier als bijzondere volmacht werd opgevat, waardoor het beroep toch als tijdig werd beschouwd.
Desondanks oordeelt de Hoge Raad dat de schriftuur niet voldoet aan de eisen van een cassatiemiddel, omdat de daarin vervatte klachten zich richten tegen tussenbeslissingen van het hof in de hoofdzaak en niet tegen de ontnemingsbeslissing zelf. Hierdoor is er geen sprake van een geldig cassatieberoep in de ontnemingszaak.
De schriftuur bevat ook verzoeken om het horen van getuigen en het overleggen van een schriftelijk verslag, maar deze beslissingen staan niet in rechtstreeks verband met de ontnemingsuitspraak. Omdat de verdachte geen schriftuur houdende middelen van cassatie door een advocaat heeft ingediend, wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet voldoen aan de eisen voor een cassatiemiddel.