ECLI:NL:PHR:2005:AU3126
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM bij niet aanbieden transactie niet in alle gevallen vereist
In deze zaak stond centraal of het openbaar ministerie (OM) niet-ontvankelijk verklaard moet worden wanneer het in strijd met de geldende richtlijnen geen transactie aanbiedt, maar de verdachte dagvaardt. De verdachte was door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens een overtreding van de Wet wapens en munitie. Het verweer van de verdachte was dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het de zaak niet via een transactie had afgedaan conform de richtlijnen, maar had gedagvaard.
Het hof verwierp dit verweer en stelde dat hoewel het OM gebonden is aan de richtlijnen (hier het bos-polaris systeem), het verzuim om een transactie aan te bieden niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid. Dit omdat ter terechtzitting een lagere straf was gevorderd dan het transactiebedrag dat volgens de richtlijn had moeten worden aangeboden, waardoor het nadeel voor de verdachte voldoende was gecompenseerd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwees naar een eerder arrest (NJ 2003, 65) waarin werd geoordeeld dat bijzondere omstandigheden kunnen meebrengen dat niet-ontvankelijkheid achterwege blijft. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onjuist of onbegrijpelijk en verwierp het cassatieberoep. Het belang van de verdachte om niet in strijd met richtlijnen te worden gedagvaard kan in voorkomende gevallen worden gecompenseerd door een passende strafvordering en een rechterlijke beoordeling die het verzuim betrekt.
Hierdoor blijft het OM ontvankelijk in de strafvervolging ondanks het niet aanbieden van een transactie, mits het verzuim adequaat wordt gecompenseerd en door de rechter wordt meegewogen in de strafoplegging.
Uitkomst: Het OM blijft ontvankelijk ondanks het niet aanbieden van een transactie, omdat het verzuim adequaat werd gecompenseerd door een lagere strafvordering.