ECLI:NL:PHR:2005:AU2711
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs houderij dieren in dierenwelzijnszaken
Verdachte werd door het Hof Arnhem veroordeeld wegens het onthouden van de nodige verzorging aan 113 duiven, in strijd met artikel 37 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Het Hof baseerde zijn bewezenverklaring op een proces-verbaal van een districtsinspecteur en een verklaring van een dierenarts, waarin de slechte verzorging en de slechte staat van de duiven werden vastgesteld.
De Hoge Raad oordeelt dat de verklaring van de districtsinspecteur dat verdachte houder was van de duiven een conclusie betreft die aan de rechter is voorbehouden. Aangezien er geen andere bewijsmiddelen zijn die deze conclusie ondersteunen, kan deze niet worden gelijkgesteld aan een door het hof getrokken conclusie. Hierdoor is het bewijs onvoldoende voor het bewezen verklaren van het houder-zijn van de duiven.
Daarnaast is het proces-verbaal op ambtseed opgemaakt en zijn de feiten omtrent de slechte verzorging van de duiven voldoende vastgesteld. De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn in de procedure niet is overschreden. Het middel van cassatie slaagt ten dele, het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het Hof Arnhem voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.