ECLI:NL:PHR:2005:AU2227
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en uitleg van artikel 63 Sr bij opeenvolgende veroordelingen
De zaak betreft de toepassing van artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr) bij een verdachte die meerdere keren is veroordeeld voor overtredingen van artikel 184 Sr Pro en de Opiumwet. Het hof had de verdachte veroordeeld tot tien dagen gevangenisstraf voor het niet voldoen aan een wettelijk bevel, waarbij het artikel 63 Sr Pro werd toegepast om eerdere straffen mee te wegen. De verdediging stelde dat het hof artikel 63 Sr Pro onjuist had toegepast omdat de eerdere veroordelingen na het gepleegde feit waren en daardoor geen samenloopregels van toepassing waren.
De Hoge Raad overweegt dat artikel 63 Sr Pro ziet op situaties waarin feiten die vóór een eerdere veroordeling zijn gepleegd, gelijktijdig hadden kunnen worden berecht. In deze zaak was het te berechten feit gepleegd op 22 juli 2000 en was de verdachte op 21 september 2000 al veroordeeld, zodat er geen sprake was van gelijktijdige berechting. Het hof had daarom artikel 63 Sr Pro niet moeten toepassen. Desondanks leidt deze miskenning niet tot cassatie omdat de maximale straf die het hof kon opleggen gelijk is aan de opgelegde straf.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht een gevangenisstraf van tien dagen oplegde, mede gelet op de overschrijding van de redelijke termijn. Het middel van cassatie wordt verworpen en het arrest blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de straf van tien dagen gevangenisstraf ondanks onjuiste toepassing van artikel 63 Sr.