ECLI:NL:PHR:2005:AT8993

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 september 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02769/04
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408a SvArt. 450 lid 1 SvArt. 450 lid 2 SvArt. 588 lid 3 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verstekverlening bij afwezigheid verdachte in hoger beroep poging tot diefstal

In deze zaak is de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens poging tot diefstal. De kern van het cassatieberoep betrof de vraag of het gerechtshof terecht verstek mocht verlenen tegen de verdachte die niet bij de zitting was verschenen.

De dagvaarding voor de terechtzitting op 13 juli 2004 was aan de raadsman van de verdachte betekend, wat volgens de Hoge Raad gelijkstaat aan betekening aan de verdachte zelf. Hoewel de verdachte schriftelijk afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht in een andere zaak, kon daaruit niet worden afgeleid dat hij ook afstand had gedaan in deze zaak.

De Hoge Raad oordeelde dat het gerechtshof terecht verstek kon verlenen, omdat de verdachte op de hoogte was van de zittingsdatum en ervoor koos niet te verschijnen. Het verweer dat de verdachte geen dagvaarding had ontvangen werd verworpen, omdat de betekening aan de raadsman als betekening aan de verdachte geldt. Het cassatieberoep werd verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de verstekverlening en handhaaft de veroordeling tot twee weken gevangenisstraf wegens poging tot diefstal.

Conclusie

Griffienr. 02769/04
Mr. Wortel
Zitting:28 juni 2005
Conclusie inzake:
[verzoeker = verdachte]
1. Dit cassatieberoep betreft een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij verzoeker wegens "poging tot diefstal" is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf.
2. Namens verzoeker heeft mr. A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur houdende cassatieklachten ingediend.
3. Er wordt één middel voorgesteld. Daarin wordt er over geklaagd dat de zaak buiten aanwezigheid van verzoeker is behandeld.
4. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een faxbericht van mr R. Heemskerk, advocaat te 's-Gravenhage, gedateerd 12 juli 2004. Daarin is medegedeeld dat mr. Heemskerk namens verzoeker hoger beroep heeft ingesteld doch nadien geen contact meer met zijn cliënt heeft gehad. Het bericht houdt voorts in dat mr Heemskerk niet wist of zijn cliënt van de zittingsdatum op de hoogte was en/of aldaar wenste te verschijnen, en dat mr Heemskerk de verdediging neerlegde.
Bij die stukken bevindt zich voorts een transportorder, waarin opdracht is gegeven verzoeker op 13 juli 2004 vanuit zijn detentieplaats over te brengen naar het Hof. Deze transportorder vermeldt twee griffienummers van het Hof, waaronder het giffienummer van de onderhavige zaak.
Ten slotte is bij de stukken een "afstandsverklaring" te vinden, waarmee verzoeker heeft laten weten geen gebruik te maken van de gelegenheid om op 13 juli 2004 ter terechtzitting van het Hof te verschijnen, met als reden "hoefde niet van advocaat / geen dagvaarding gehad". Deze "afstandsverklaring" vermeldt alleen een griffienummer dat niet behoort bij de onderhavige zaak.
5. Uit de aan de Hoge Raad toegezonden stukken blijkt voorts dat de voor verzoeker bestemde dagvaarding om ter terechtzitting van 13 juli 2004 voor het Hof te verschijnen bij het instellen van het rechtsmiddel, door mr Heemskerk als daartoe bepaaldelijk gevolmachtigde raadsman, terstond aan mr Heemskerk is uitgereikt.
6. Deze uitreiking geldt, ingevolge de art. 408a, 450, eerste lid aanhef en onder a en tweede lid, en 588, derde lid, aanhef en onder b, laatste volzin, Sv als uitreiking aan verzoeker in persoon.
7. Blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal heeft (de voorzitter van) het Hof ter terechtzitting vastgesteld:
"dat in de zaak met rolnummer 2200234604 de verdachte, voor wie wel een transportorder is uitgegaan afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, omdat hij geen dagvaarding in die zaak heeft ontvangen. In de onderhavige zaak is de verdachte volgens de wettelijke regels opgeroepen voor de zitting en is niet verschenen.
Het gerechtshof verleent verstek tegen de niet-verschenen verdachte"
8. Voor zover mr Heemskerk, toen als raadsman van verzoeker optredend, zou hebben verzuimd de hem ter hand gestelde appèldagvaarding (onverwijld) aan verzoeker te doen toekomen, moet die omstandigheid voor rekening van verzoeker blijven. Dat vloeit voort uit de wettelijke bepaling dat de uitreiking aan de raadsman (de tot het instellen van een rechtsmiddel gemachtigde) geldt als uitreiking in persoon.
9. Daarom kon het Hof er van uitgaan dat de aantekening in de "afstandsverklaring" "hoefde niet van advocaat / geen dagvaarding gehad" op de onderhavige zaak geen betrekking kon hebben. Het Hof kon (en moest) er dus van uitgaan dat verzoeker van de zittingsdatum op de hoogte was, doch er voor gekozen heeft niet bij het Hof te verschijnen.
10. Naar mijn inzicht is op goede gronden verstek tegen verzoeker verleend, zodat het middel faalt.
11. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,