ECLI:NL:PHR:2005:AT8993
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verstekverlening bij afwezigheid verdachte in hoger beroep poging tot diefstal
In deze zaak is de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens poging tot diefstal. De kern van het cassatieberoep betrof de vraag of het gerechtshof terecht verstek mocht verlenen tegen de verdachte die niet bij de zitting was verschenen.
De dagvaarding voor de terechtzitting op 13 juli 2004 was aan de raadsman van de verdachte betekend, wat volgens de Hoge Raad gelijkstaat aan betekening aan de verdachte zelf. Hoewel de verdachte schriftelijk afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht in een andere zaak, kon daaruit niet worden afgeleid dat hij ook afstand had gedaan in deze zaak.
De Hoge Raad oordeelde dat het gerechtshof terecht verstek kon verlenen, omdat de verdachte op de hoogte was van de zittingsdatum en ervoor koos niet te verschijnen. Het verweer dat de verdachte geen dagvaarding had ontvangen werd verworpen, omdat de betekening aan de raadsman als betekening aan de verdachte geldt. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de verstekverlening en handhaaft de veroordeling tot twee weken gevangenisstraf wegens poging tot diefstal.