ECLI:NL:PHR:2005:AT8128
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking voorlopige machtiging wegens ontbreken behoorlijke oproeping betrokkene
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Dordrecht waarin een voorlopige machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis werd verleend zonder dat betrokkene zelf is gehoord.
De rechtbank had zich ter zitting begeven naar de locatie van betrokkene, maar sprak hem niet persoonlijk. Wel werd de behandelaar gehoord, die verklaarde dat betrokkene op de hoogte was van de zitting en niet gehoord wilde worden. De rechtbank stelde daarop vast dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen, mede gelet op eerdere ontsnappingen.
In cassatie wordt aangevoerd dat deze vaststelling niet blijkt uit het proces-verbaal en dat de rechtbank ten onrechte heeft volstaan met een mededeling van een derde in plaats van zelf onderzoek te doen naar de oproeping en bereidheid van betrokkene. De Hoge Raad bevestigt dat de rechter niet mag afgaan op verklaringen van derden over de weigerachtigheid van betrokkene en dat de rechtbank onvoldoende heeft vastgesteld dat betrokkene behoorlijk is opgeroepen.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Dordrecht voor verdere behandeling, waarbij de rechtbank een passende wijze van oproeping moet bepalen en betrokkene een reële kans moet krijgen zich te laten horen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank wegens onvoldoende onderzoek naar de oproeping en bereidheid van betrokkene.