ECLI:NL:PHR:2005:AT6832
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat kosten onderhoud openbaar groen niet op huurders verhaald mogen worden
In deze zaak ging het om de vraag of de kosten voor het gering en dagelijks onderhoud van een groenvoorziening met een open karakter, die vrij toegankelijk is voor iedereen, aan huurders van een flat konden worden doorberekend als servicekosten op grond van de Huurprijzenwet Woonruimte (HPW).
De huurder stelde dat het openbaar karakter van de groenvoorziening betekent dat het genot daarvan niet krachtens de huurovereenkomst wordt verkregen, zodat de kosten onverschuldigd zijn betaald. Zowel de rechtbank als het hof oordeelden dat de groenvoorziening niet als onroerende aanhorigheid van de woonruimte kan worden beschouwd en dat de kosten daarom niet als bijkomende kosten in rekening mogen worden gebracht.
De Hoge Raad bevestigde deze lijn en stelde dat het feit dat de groenvoorziening openbaar en voor iedereen toegankelijk is, betekent dat het genot daarvan niet voortkomt uit de huurovereenkomst maar uit de openbare bestemming. Dit maakt dat de onderhoudskosten niet als servicekosten aan huurders kunnen worden opgelegd.
De Hoge Raad verwierp de klachten van de verhuurder dat er sprake zou zijn van een feitelijke en juridische verbondenheid tussen de groenvoorziening en de woonruimte die anders zou rechtvaardigen. Ook het overleg met bewonerscommissies of het feit dat vooral bewoners gebruik maken van het groen, verandert hier niets aan. De uitspraak bevestigt een eenduidige regel dat onderhoudskosten van openbaar groen niet via servicekosten aan huurders mogen worden doorberekend.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat onderhoudskosten van openbaar groen niet als servicekosten aan huurders mogen worden doorberekend.