ECLI:NL:PHR:2005:AT6531
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep tegen echtscheiding en partneralimentatie
De zaak betreft een verzoek tot echtscheiding en de vaststelling van partner- en kinderalimentatie tussen een man en een vrouw die in 1992 zijn gehuwd en één minderjarig kind hebben. De man verzocht in 1999 de echtscheiding uit te spreken op grond van duurzaam ontwricht huwelijk en stelde een alimentatiebedrag voor. De rechtbank sprak in 2003 de echtscheiding uit en legde alimentatieverplichtingen op.
De vrouw voerde aan dat Belgisch recht van toepassing is en stelde hogere alimentatiebedragen voor. Zij stelde ook dat de echtscheiding niet kon worden toegewezen zonder adequate pensioenvoorziening. Beide partijen voerden hoger beroep tegen verschillende onderdelen van de beschikking. Het hof verklaarde het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk voor zover het zich richtte tegen de echtscheiding, omdat hij geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd om de band tussen echtscheiding en nevenvoorzieningen te herstellen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat het hoger beroep tegen de echtscheiding slechts op grond van bijzondere omstandigheden kan worden gebruikt om de band met nevenvoorzieningen te herstellen. Het beroep van de man kan niet worden gebruikt om de echtscheiding ongedaan te maken. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de echtscheiding.