ECLI:NL:PHR:2005:AT6374
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht en onderhoudsverplichting na echtscheiding met betrekking tot kinderalimentatie
De zaak betreft een verzoek tot cassatie van de man tegen een beschikking van het hof inzake de vaststelling van zijn onderhoudsverplichting voor zijn dochter na echtscheiding. De rechtbank had bepaald dat de man kinderalimentatie moest betalen, welke het hof deels wijzigde.
De Hoge Raad overweegt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het inkomen van de vrouw op bijstandsniveau ligt en dat zij daarom geen draagkracht heeft om bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. De man betoogde dat het hof ten onrechte geen rekening hield met zijn autokosten, maar de Hoge Raad stelt vast dat onvoldoende bewijs is geleverd dat deze lasten daadwerkelijk voor zijn rekening kwamen en dat de auto niet nodig was voor zijn huidige werkzaamheden.
Verder klaagde de man over het niet in aanmerking nemen van advocaatkosten als bijzondere last, maar de Hoge Raad bevestigt dat de Trema-normen geen recht in de zin van art. 79 RO Pro vormen en dat de advocaatkosten geen voorrang hebben boven de onderhoudsverplichting. De klachten worden ongegrond verklaard en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.