4. De ter ondersteuning van het uitleveringsverzoek als bewijsstuk A overgelegde, beëdigde verklaring van R. Hoback vermeldt dienaangaande (in de Nederlandse vertaling) onder meer:
"4. Mijn werk als een Special Agent omvat het onderzoek van de gedaagde [de opgeëiste persoon] (...).
5. De gedaagde [de opgeëiste persoon] wordt beschuldigd van het gebruiken en samenzweren om te gebruiken, (van; WHV) niet toegestane toegangsapparatuur, specifiek telefoonkaarten en door deze activiteit iets van waarde te verkrijgen, namelijk internationale telefoondiensten die in totaal $1.000(1) bedragen.
6. Tijdens het onderzoek heb ik telefoondocumentatie, zakelijke documenten, rapporten van andere politiediensten in de Verenigde Staten en Nederland en rapporten van AT&T, één van de slachtoffers in deze zaak, bekeken. Ik heb ook samenvattingen doorgenomen van opgenomen telefoongesprekken van de gedaagde [de opgeëiste persoon] die in het Arabisch gevoerd werden en die in het Nederlands vertaald werden en in het Engels werden samengevat door Nederlandse politie-autoriteiten.
7. Op 11 april 2001 is de Amerikaanse Secret Service door een fraude-onderzoeker van AT&T op de hoogte gebracht dat gestolen AT&T telefoonkaarten gebruikt werden door personen in Egypte en Nederland om een complot uit te voeren om telefoonbedrijven op te lichten en ontdekking door politie-autoriteiten te vermijden. In dit complot hebben personen in Egypte nummers van gestolen door Sprint Canada uitgegeven telefoonkaarten gebruikt om gecompromitteerde Privé Telefooncentrales ("PBX") systemen in de Verenigde Staten te bellen, waarvan een aantal zich in Brooklyn en Queens, New York, bevonden. Als de personen eenmaal de PBX systemen waren binnengedrongen, gebruikten zij nummers van andere gestolen telefoonkaarten uitgegeven door AT&T, Sprint USA en andere telefoonmaatschappijen om telefoonnummers in Nederland te bellen. De gesprekken in Nederland werden daarna doorgesluisd naar andere telefoonlijnen die ook in Nederland waren, waar de personen andere nummers van gestolen telefoonkaarten gebruikten om andere landen te bellen, waarvan vele in het Midden-Oosten. De internationale telefoongesprekken werden in rekening gebracht op de gestolen telefoonkaarten. Dit complot stelde de personen op die manier in staat om gratis met elkaar te spreken en zonder ontdekking door politie-autoriteiten.
8. Volgens documentatie van de telefoonmaatschappijen die het slachtoffer geweest zijn, zijn er sinds januari 2001 duizenden telefoongesprekken gevoerd vanuit plaatsen in Egypte via gecompromitteerde PBX systemen in de Verenigde Staten en naar telefoonnummers in Nederland. Deze documenten geven telefoongesprekken weer die gemaakt zijn met gebruik van niet-geautoriseerde nummers van telefoonkaarten voor een bedrag van $2,5 miljoen.
9. Documentatie van de telefoonmaatschappijen die het slachtoffer geworden zijn tonen aan dat er ongeveer 17 telefoonnummers in Nederland in dit complot gebruikt zijn.
10. Deze 17 telefoonnummers staan op naam van [betrokkene 1], ook bekend als [betrokkene 1] en zijn verbonden met een telefoonwinkel op het adres [a-straat 1], Amsterdam.
11. [Betrokkene 1] is de eigenaar en uitbater van de telefoonwinkel op die plaats van ongeveer maart 1998 tot en met januari 2002. De fysieke plaats waar de betrokken telefoons zich bevonden is echter op een ander adres: [b-straat 1], Amsterdam. Volgens documenten vanuit Nederland is de gedaagde [de opgeëiste persoon] de eigenaar en uitbater van de telefoonwinkel in de [b-straat]. Volgens fysieke en elektronische surveillance door de Nederlandse politie van omstreeks december 2002 tot en met januari 2003, waren [betrokkene 1], [de opgeëiste persoon] en een andere man, [betrokkene 2], ook bekend als [betrokkene 2] dagelijks aanwezig op de plaats van de telefoons die het onderwerp vormen van dit onderzoek en alle drie gedaagden hebben de betrokken telefoons opgenomen."