ECLI:NL:PHR:2005:AT4076
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstane schulden
De zaak betreft het verzoek van een persoon tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling, dat door de rechtbank en het gerechtshof is afgewezen omdat aannemelijk is dat een drietal schulden niet te goeder trouw is ontstaan. Deze schulden betreffen onder meer een strafrechtelijke veroordeling wegens oplichting en verduistering, een schuld die voortkomt uit vergelijkbare gedragingen, en een civielrechtelijke schuld die op bedrog berust.
De verzoeker ging in hoger beroep, maar het hof bevestigde het vonnis en oordeelde dat de schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan en dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat op de openstaande bedragen is afgelost. Ook werd geoordeeld dat het hof niet hoefde in te gaan op de civielrechtelijke beoordeling van de schuld die op bedrog berust.
In cassatie werden twee middelen aangevoerd: een over de afwijzing van een verzoek tot uitstel van de mondelinge behandeling en een over de beoordeling van het niet te goeder trouw ontstaan van de schulden. De Hoge Raad verwierp beide middelen en bevestigde dat het hof zijn beoordeling zorgvuldig en met voldoende motivering heeft gedaan, waarbij ook de mogelijkheid dat sommige schulden niet geïnd worden niet tot een andere uitkomst leidt.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstane schulden.