ECLI:NL:PHR:2005:AS4191
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot beroep tegen machtiging curator in faillissement
In deze zaak staat de vraag centraal of een schuldeiser in een faillissement beroep kan instellen tegen een door de rechter-commissaris verleende machtiging aan de curator om een procedure te starten. De curator had een machtiging gekregen om tegen verzoeker, die zich presenteert als schuldeiser, een procedure te starten. Verzoeker stelde beroep in tegen deze machtiging, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat verzoeker geen belanghebbende in de zin van art. 67 lid 1 Faillissementswet Pro zou zijn.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de wettelijke bepalingen en de parlementaire geschiedenis, en bevestigt dat het recht op hoger beroep op grond van art. 67 lid 1 Fw Pro niet automatisch toekomt aan iedere schuldeiser. Dit recht is beperkt tot degene die de machtiging heeft gevraagd of tegen wie de beschikking zich richt. De status van schuldeiser alleen geeft geen ontvankelijkheid in hoger beroep.
De Hoge Raad wijst ook op het bestaan van alternatieve rechtsmiddelen voor schuldeisers om bezwaren tegen curatorhandelingen kenbaar te maken, zoals het verzoek op grond van art. 69 Fw Pro. De slotsom is dat het beroep van verzoeker wordt verworpen omdat hij niet als belanghebbende in de zin van art. 67 lid 1 Fw Pro kan worden aangemerkt.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker tegen de machtiging aan de curator wordt niet-ontvankelijk verklaard.