ECLI:NL:PHR:2005:AS4190
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder voor aannemingsovereenkomsten vennootschap in oprichting
In deze zaak staat de vraag centraal of [eiser 2], die namens een vennootschap in oprichting (Hammer Construction NV) aannemingsovereenkomsten aanging, persoonlijk aansprakelijk blijft voor de verplichtingen uit die overeenkomsten nadat de vennootschap was opgericht en de overeenkomsten werden bekrachtigd.
Het Gemeenschappelijk Hof en het Gerecht in Eerste Aanleg oordeelden dat de persoonlijke aansprakelijkheid van [eiser 2] niet vervalt door de bekrachtiging, mede omdat de bekrachtiging pas plaatsvond nadat de uitvoering van de overeenkomsten was gestaakt. Tevens was Hammer niet bevoegd om ondernemingsactiviteiten te ontplooien vanwege het ontbreken van een vestigingsvergunning.
Yaracon en [eiser 2] voerden aan dat de bekrachtiging de aansprakelijkheid deed vervallen en dat de persoonlijke aansprakelijkheid niet was aanvaard. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de persoonlijke aansprakelijkheid voortduurt voor de periode voor oprichting van de vennootschap. Ook stelde de Hoge Raad vast dat de nauwe verwevenheid tussen Yaracon en [eiser 2] leidt tot hoofdelijke aansprakelijkheid.
Daarnaast werd de toewijzing van boetes wegens niet-nakoming van de aannemingsovereenkomsten bevestigd, waarbij het hof geen aanleiding zag tot matiging. De bezwaren tegen de eiswijziging en de berekening van de boetes werden verworpen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bekrachtigde het oordeel dat [eiser 2] en Yaracon hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verplichtingen uit de aannemingsovereenkomsten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de hoofdelijke aansprakelijkheid van [eiser 2] en Yaracon voor de aannemingsovereenkomsten en boetes.