ECLI:NL:PHR:2005:AS3606
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsmiddel tegen vonnis kantonrechter bij niet-verschenen mede-gedaagde
In deze zaak stond centraal de vraag welk rechtsmiddel een niet-verschenen mede-gedaagde openstaat tegen een vonnis van de kantonrechter: verzet of hoger beroep. Verweerster had eiser en een mede-gedaagde gedagvaard voor ontbinding van een huurovereenkomst en betaling van achterstallige huur. De mede-gedaagde trad op in de procedure en nam een incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van eiser.
Eiser verscheen niet tijdig voor antwoord en werd bij vonnis van 19 december 1997 veroordeeld. Hij kwam in verzet, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het vonnis als een vonnis op tegenspraak werd beschouwd door de aanwezigheid van de mede-gedaagde. De rechtbank bekrachtigde dit oordeel en verwierp de klachten van eiser over schending van het recht op hoor en wederhoor en de toepassing van artikel 107 Rv Pro.
De Hoge Raad bevestigt dat het vonnis tegen eiser en mede-gedaagde als een vonnis op tegenspraak moet worden beschouwd, waardoor het rechtsmiddel van verzet niet openstaat. De kantonrechter was daarom bevoegd om eiser niet-ontvankelijk te verklaren zonder inhoudelijk op zijn verweer in te gaan. Klachten over schending van hoor en wederhoor en procedurele fouten worden verworpen. Het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het verzet van eiser tegen het vonnis van de kantonrechter is niet ontvankelijk.