ECLI:NL:PHR:2005:AS3534
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het recht van faillissementscrediteuren op informatieverstrekking door curatoren
In deze zaak staan twee cassatieprocedures centraal waarin HFTP Investment LLC en andere crediteuren aanspraak maken op uitgebreide informatieverstrekking door de curatoren in het faillissement van Jomed N.V. De kernvraag betreft de mate waarin individuele faillissementscrediteuren recht hebben op inzage in de administratie en aanvullende informatie over het faillissement, zowel voorafgaand aan als na de faillietverklaring.
De Hoge Raad onderzoekt de wettelijke bepalingen, met name art. 3:15j BW en diverse artikelen uit de Faillissementswet, en de jurisprudentie en literatuur over het recht op informatie voor crediteuren. Uitgangspunt is dat crediteuren aanspraak hebben op informatie die hen in staat stelt hun belangen te behartigen, maar dat dit recht niet onbeperkt is. Er wordt rekening gehouden met belangen van de boedel, beleidsvrijheid van de curator en de noodzaak van gelijke behandeling van crediteuren.
De procedurele context is van belang: verzoeken op grond van art. 69 en Pro 67 F zijn gericht op toetsing van het beleid van de curator en bieden geen ruimte voor het afdwingen van individuele rechten op informatie. Voor individuele aanspraken is de kortgedingprocedure relevant, maar ook hier gelden beperkingen in verband met belangenafweging en proportionaliteit.
De Hoge Raad concludeert dat het recht op inzage in de administratie zich uitstrekt tot zowel pre- als post-faillissementsinformatie en dat beperkingen alleen gerechtvaardigd zijn bij zwaarwegende belangen zoals vertrouwelijkheid of disproportionele belasting van de faillissementsadministratie. De rechtbanken mogen bij hun beoordeling een zekere mate van beleidsvrijheid aan de curator toekennen en hoeven niet tot een volledige beantwoording van alle individuele vragen te verplichten. De klachten van HFTP c.s. worden slechts deels gehonoreerd, waarbij de belangenafweging en de aard van de procedure bepalend zijn.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat faillissementscrediteuren recht hebben op inzage in de administratie met redelijke beperkingen en dat de curator beleidsvrijheid heeft bij informatieverstrekking.