ECLI:NL:PHR:2005:AS2793
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitleveringsverzoek en toepasselijkheid Overleveringswet bij Europees aanhoudingsbevel
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank Haarlem die de uitlevering van een persoon naar Duitsland heeft toegestaan ter vervolging voor betrokkenheid bij invoer en handel in heroïne en cocaïne. De kern van het geschil betrof de toepasselijkheid van de Overleveringswet en de ontvankelijkheid van de Officier van Justitie in het licht van het Europese aanhoudingsbevel en de bijbehorende stukken.
De Hoge Raad oordeelt dat de Overleveringswet, ingevoerd op 12 mei 2004, in relatie tot lidstaten van de EU de Uitleveringswet vervangt, behalve wanneer de verzoekende lidstaat nog niet de noodzakelijke maatregelen heeft getroffen om te voldoen aan het Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel. In dat geval blijft de Uitleveringswet van toepassing. Tevens wordt benadrukt dat de stukken betreffende het uitleveringsverzoek niet per se volledig moeten voldoen aan de verdragsvereisten op het moment van ontvangst, aangezien aanvulling mogelijk is volgens art. 19 Uitleveringswet Pro.
De Hoge Raad bevestigt dat de Rechtbank terecht heeft geoordeeld dat zij bevoegd en ontvankelijk is, ondanks het betoog dat de stukken onvoldoende waren. Ook het verweer dat het overgelegde Haftbefehl niet vatbaar zou zijn voor tenuitvoerlegging wordt verworpen, mede op grond van het vertrouwensbeginsel en het Duitse recht dat het indienen van een rechtsmiddel de tenuitvoerlegging niet schorst.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de uitlevering wordt bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering wordt bevestigd.