ECLI:NL:PHR:2005:AS2710
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijskracht partijgetuigenverklaringen in koopwoninggeschil over puinlaag in achtertuin
Eisers kochten in 1996 een woning met een ruime achtertuin, waarin zich een puinlaag bevond die niet aan de verwachtingen voldeed. Zij vorderden schadevergoeding wegens schending van de mededelingsplicht en stelden subsidiair dwaling in. De rechtbank kende hen 50% schadevergoeding toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af, omdat eisers als partijgetuigen werden aangemerkt en hun verklaringen zonder aanvullend bewijs niet voldoende waren.
Eisers stelden cassatieberoep in tegen het tussenarrest en eindarrest van het hof. De Hoge Raad verklaarde het beroep tegen het tussenarrest niet-ontvankelijk en verwierp het beroep tegen het eindarrest. De Hoge Raad bevestigde dat de regel van art. 164 lid 2 Rv Pro inhoudt dat verklaringen van partijgetuigen omtrent door hen te bewijzen feiten geen bewijs opleveren zonder een begin van bewijs buiten die verklaringen.
De Hoge Raad overwoog dat deze regel niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro), ook niet in situaties van bewijsnood. De verklaringen van eisers werden niet buiten beschouwing gelaten, maar konden niet als voldoende bewijs dienen zonder aanvullend bewijs. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen omdat hun partijgetuigenverklaringen zonder aanvullend bewijs geen bewijs opleveren.