ECLI:NL:PHR:2005:AS2048
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt echtscheiding ondanks religieuze bezwaren vrouw
Partijen zijn in 1991 gehuwd en wonen sinds maart 2003 niet meer samen. De man verzocht de rechtbank om echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De vrouw bestreed dit en beriep zich op religieuze bezwaren tegen echtscheiding, verzocht om scheiding van tafel en bed.
De rechtbank wees het verzoek van de man tot echtscheiding toe en wees het verzoek van de vrouw tot scheiding van tafel en bed af. Het hof bekrachtigde deze beslissing en oordeelde dat de duurzame ontwrichting vaststond en dat de geloofsovertuiging van de vrouw geen grond bood om de echtscheiding te weigeren.
De vrouw kwam in cassatie met het middel dat het hof ten onrechte de echtscheiding had uitgesproken en niet de scheiding van tafel en bed. De Hoge Raad verwierp dit middel, bevestigde dat bij duurzame ontwrichting de echtscheiding toewijsbaar is en dat religieuze bezwaren geen verweer bieden tegen het verzoek van de andere echtgenoot.
De regeling van scheiding van tafel en bed is bedoeld om tegemoet te komen aan echtgenoten die om godsdienstige redenen bezwaar hebben, maar biedt geen recht om een echtscheidingsverzoek van de andere echtgenoot te blokkeren. Het beroep van de vrouw wordt verworpen.
Uitkomst: De echtscheiding wordt uitgesproken ondanks religieuze bezwaren van de vrouw; het verzoek om scheiding van tafel en bed wordt afgewezen.