ECLI:NL:PHR:2005:AR9393
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wettelijke grondslag en Europeesrechtelijke aspecten van chipknipbetaling parkeerbelasting
In deze zaak gaat het om zes gevallen waarin naheffingsaanslagen parkeerbelasting zijn opgelegd omdat de parkeerbelasting niet was voldaan via de voorgeschreven chipknipbetaling. De gemeenten hadden bepaald dat betaling uitsluitend via een chipknip kon plaatsvinden, waarbij contante betaling niet meer mogelijk was.
De kern van het geschil betreft de vraag of gemeenten bevoegd zijn om de wijze van betaling van parkeerbelasting te beperken tot uitsluitend elektronische betaling met chipknip, en of deze regeling verenigbaar is met het Burgerlijk Wetboek, de Gemeentewet en Europese regelgeving. Het Hof Arnhem had geoordeeld dat een regeling die contante of girale betaling uitsluit niet de bedoeling van de wetgever kan zijn en dat het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen onverbindend is.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad bespreekt uitgebreid de wettelijke grondslag van de regeling, waarbij zowel artikel 234 als Pro artikel 257 Gemeentewet Pro en het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen worden betrokken. Tevens wordt het juridische karakter van chipknipbetalingen geanalyseerd, waarbij wordt geconcludeerd dat chipknip geen wettig betaalmiddel is in de zin van artikel 6:112 BW Pro, maar wel als een girale betaling kan worden beschouwd.
Daarnaast wordt onderzocht of het uitsluiten van contante betaling in strijd is met Europese regelgeving, met name de Verordening nr. 974/98 over de euro als wettig betaalmiddel, en of de regeling een belemmering vormt van het vrije verkeer van diensten binnen de EU. De conclusie adviseert prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EG over de uitleg van 'openbare redenen' in de Verordening en over de verenigbaarheid van de regeling met het vrije verkeer van diensten en het non-discriminatiebeginsel.
Uitkomst: De conclusie adviseert prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie over de wettelijke grondslag en de verenigbaarheid van de chipknipbetalingsregeling met Europees recht.