ECLI:NL:PHR:2005:AR9005
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtsgeldigheid van de elektronische betaling van parkeerbelasting met chipknip
Deze conclusie behandelt zes zaken waarin naheffingsaanslagen parkeerbelasting zijn opgelegd omdat de parkeerbelasting niet was voldaan via de voorgeschreven elektronische chipknip-betaalmethode. De kern van het geschil is of gemeenten bevoegd zijn om betaling van parkeerbelasting uitsluitend via chipknip te eisen, zonder mogelijkheid tot contante betaling.
De procureur-generaal bespreekt de wettelijke grondslagen, met name artikel 234 en Pro 257 van de Gemeentewet en het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Hij concludeert dat voorschriften die betaling uitsluitend via chipknip toestaan verbindend kunnen zijn mits zij voldoen aan waarborgen zoals voldoende praktische betaalmogelijkheden voor belastingplichtigen.
Verder wordt het juridische karakter van chipknipbetalingen geanalyseerd, waarbij wordt vastgesteld dat chipknip geen wettig betaalmiddel is in de zin van contant geld, maar wel een vorm van girale betaling kan zijn. De vraag of contante betaling geheel kan worden uitgesloten wordt besproken in het licht van redelijkheid, billijkheid en algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Ten slotte wordt onderzocht of de regeling in strijd is met Europees recht, met name de Verordening 974/98 over de euro als wettig betaalmiddel en de vrijheden van het EG-Verdrag. De conclusie adviseert prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van 'openbare redenen' en bespreekt mogelijke verboden discriminatie en belemmeringen van het vrije verkeer van diensten en het vrije reis- en verblijfsrecht van EU-burgers.
Uitkomst: De conclusie adviseert prejudiciële vragen over de elektronische betaling van parkeerbelasting en bevestigt dat beperkingen op contante betaling slechts verbindend zijn indien aan wettelijke waarborgen wordt voldaan.