ECLI:NL:PHR:2005:AR7062
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht door beledigende uitlatingen aan politieagenten
Verdachte is door het hof veroordeeld wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht door aan twee hoofdagenten de woorden toe te voegen: "Die kankerwouten, die teringlijers moeten ze allemaal afmaken". Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van de agenten en processen-verbaal waarin de bedreigende uitlatingen en de context werden beschreven.
De verdediging voerde aan dat de agenten zich niet daadwerkelijk bedreigd konden voelen door de uitlatingen en dat de bewezenverklaring onvoldoende was. De Hoge Raad oordeelde dat het niet vereist is dat de bedreigde daadwerkelijk vrees heeft gehad, maar dat de bedreiging van dien aard moet zijn dat zij in het algemeen geschikt is om die vrees op te wekken.
De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd, mede gelet op de context van eerdere incidenten waarbij wapens betrokken waren. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.