ECLI:NL:PHR:2005:AR6612
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op vrijwillige terugtred bij poging tot moord met voorwaardelijk opzet
Verdachte werd door het hof veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord op zijn broer, waarbij hij met een koevoet meerdere malen op het lichaam van het slachtoffer sloeg, wat leidde tot levensbedreigend letsel. Verdachte stelde dat hij vrijwillig was teruggetreden omdat hij op enig moment het plan om zijn broer te doden had laten varen.
De verdediging voerde aan dat verdachte uit eigen wil de voltooiing van het delict had opgegeven, zodat artikel 46b Sr van toepassing zou zijn en strafbare poging zou vervallen. Het hof oordeelde echter dat verdachte weliswaar het plan om te doden had laten varen, maar zijn handelen bleef gericht op het toebrengen van zwaar letsel met het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op overlijden van het slachtoffer, wat neerkomt op voorwaardelijk opzet op levensberoving.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat sprake is van een voltooide poging waarbij geen sprake is van vrijwillige terugtred, omdat verdachte geen handeling heeft verricht om het intreden van het gevolg te beletten en zijn handelen niet is aangepast. Het beroep op vrijwillige terugtred wordt verworpen, waarmee de veroordeling blijft staan.
Uitkomst: Het beroep op vrijwillige terugtred wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot moord blijft in stand.