ECLI:NL:PHR:2005:AR6209
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep tegen verlenging afkoelingsperiode in schuldsanering
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van een cassatieberoep centraal dat is ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank over het hoger beroep van Stichting Eigen Haard tegen de verlenging van een afkoelingsperiode in een schuldsanering. De afkoelingsperiode was door de rechter-commissaris meerdere malen verlengd om de bewindvoerder ruimte te geven voor onderzoek en overleg.
De rechtbank had het hoger beroep van Eigen Haard ontvankelijk verklaard en inhoudelijk behandeld, waarbij zij de verlenging van de afkoelingsperiode op 13 februari 2004 vernietigde, maar geen nieuwe beslissing gaf vanwege het ontbreken van praktische betekenis. Verzoekster stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad onderzoekt of cassatieberoep tegen deze beslissing openstaat. Op grond van art. 360 Faillissementswet Pro (Fw) en de jurisprudentie is tegen beslissingen van de rechter in het kader van titel III Fw geen hoger beroep of cassatieberoep mogelijk, tenzij de wet dit uitdrukkelijk toestaat. De beschikking van de rechtbank over het hoger beroep tegen de verlenging van de afkoelingsperiode valt onder deze categorie en is derhalve niet vatbaar voor cassatie.
Daarnaast bespreekt de Hoge Raad dat het belang van Eigen Haard bij het hoger beroep niet is weggevallen ondanks de feitelijke terugkeer van verzoekster in de woning en dat cassatieberoepen tegen beschikkingen waarvan de geldigheidsduur is verstreken niet ontvankelijk zijn. De conclusie is dat verzoekster niet ontvankelijk is in haar cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de beslissing over het hoger beroep tegen de verlenging van de afkoelingsperiode is niet-ontvankelijk verklaard.