ECLI:NL:PHR:2005:AR4854
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering omgangsregeling tussen vader en kinderen wegens zwaarwegende belangen van kinderen
De zaak betreft een verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn kinderen na echtscheiding. De rechtbank en het hof hadden het verzoek afgewezen op grond dat omgang in strijd zou zijn met zwaarwegende belangen van de kinderen, die extreem reageren op contact met de vader en lijden onder de problematische relatie tussen de ouders.
De vader stelde in cassatie dat de weigering van de moeder het contact blokkeert en dat het hof had moeten ingrijpen om de moeder te laten behandelen en gesprekken met de vader aan te gaan. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de belangen van de kinderen voorop stelde en dat het oordeel over de problematische verhouding en extreme reacties een waardering van feitelijke aard is die in cassatie niet kan worden herzien.
Het hof had bovendien een rapport van de raad voor de kinderbescherming betrokken, waarin werd geadviseerd hulpverlening aan de kinderen te bieden en een contactpersoon aan te wijzen. De Hoge Raad bevestigde dat het recht op omgang slechts kan worden beperkt op grond van wettelijke gronden en dat het belang van het kind doorslaggevend is. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om een omgangsregeling met zijn kinderen wordt afgewezen wegens strijd met zwaarwegende belangen van de kinderen.