ECLI:NL:PHR:2005:AR4778
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over brutering en verhaal van premies werknemersverzekeringen bij baropbrengsten chauffeurs
Deze zaak betreft het beroep van een touringcarverhuurbedrijf tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over de kwalificatie van baropbrengsten van chauffeurs als loon en de toepassing van brutering van premies werknemersverzekeringen. De chauffeurs verkochten consumpties aan passagiers en de winst hieruit werd niet als loon aangemerkt door de werkgever. Na looncontroles stelde het UWV correctienota's op vanwege onjuiste loonopgaven.
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) oordeelde dat de werkgever bewust geen administratie voerde van de baropbrengsten en daarmee de wettelijke inhoudingen voor eigen rekening nam, waardoor directe brutering gerechtvaardigd was. De werkgever stelde dat zij pas na jurisprudentie van 1995 kon besluiten over het al dan niet verhalen van premies, maar de Hoge Raad verwierp dit en benadrukte dat het arrest van 1995 declaratoire werking heeft en dat de werkgever al eerder had moeten administreren.
De conclusie van de Advocaat-Generaal benadrukt dat het wettelijke verhaalsverbod inhoudt dat de werkgever premies niet achteraf op de werknemer mag verhalen, maar dat dit niet betekent dat er altijd sprake is van loonvoordeel voor de werknemer. Het onderscheid tussen bewust afzien van inhouding en het bewust lopen van risico op naheffing is cruciaal. De Hoge Raad bevestigt dat directe brutering alleen mogelijk is als de werkgever ten tijde van loonbetaling de inhoudingen voor eigen rekening wilde nemen. De zaak benadrukt het belang van correcte loonadministratie en de gevolgen van het niet voeren daarvan.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; baropbrengsten zijn loon en directe brutering is gerechtvaardigd.