ECLI:NL:PHR:2004:AR3280
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens uitkeringsfraude en valsheid in geschrift door onjuiste opgave samenwoning
Verzoeker werd door het hof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens uitkeringsfraude en valsheid in geschrift. Hij had in de periode 1994-2001 valselijk verklaard niet samen te wonen met zijn partner, terwijl hij wel een gezamenlijke huishouding voerde, teneinde een hogere AOW-uitkering te verkrijgen.
De zaak draaide om de vraag of de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van de sociaal rechercheur en formulieren van de Sociale Verzekeringsbank en Belastingdienst, voldoende waren gemotiveerd in het arrest en vonnis. Verzoeker stelde dat het hof ten onrechte een verklaring gebruikte die zijn ontkenning van samenwoning bevatte en dat de inhoud van twee geschriften niet was opgenomen in het arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de verklaring van de sociaal rechercheur terecht als ondersteunend bewijs had gebruikt en dat de overige bewijsmiddelen de essentie van de geschriften voldoende weergaven. Het ontbreken van de volledige inhoud van de formulieren in het arrest was van ondergeschikt belang en stond de motivering niet in de weg.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling tot een voorwaardelijke taakstraf en geldboete in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot een voorwaardelijke taakstraf en geldboete blijft in stand.